Peuken

“Ze doen het weer, Wim. Kijk nou.” Hannie tuurt door de vitrage, doekje in de hand, naar de kerk aan de overkant van de straat. In het portiekje staan een paar tieners te roken. Willem zit aan de grote tafel met een ingewikkelde puzzel en een kop zwarte koffie. Hij heeft de randjes af en is nu bezig met een verzameling stukjes in het midden die er allemaal hetzelfde uitzien.

“Het zijn die van hiernaast, en die van dat mens aan de Kerkweg.” Vinnig sopt ze de leerachtige bladeren van een plant af, haar ogen nog steeds gericht op de jongens aan de overkant. “Kijk dan, dat joch heeft een scooter nu. Levensgevaarlijk, die dingen.” Het sop druipt van de bladeren op de vensterbank.

Willem schudt zijn hoofd. “Jammer toch dat ze geen interesse hebben in de schutterij. Dat zou ze nou juist een beetje richting kunnen geven. Misschien moet ik toch nog eens met die jongelui gaan praten.”

“Ben je nou helemaal? Je wil dat tuig toch niet leren schieten?”

Buiten klinkt het knetterende geluid van een scooter die de straat uit scheurt. Hannie rapporteert: “Ze zijn weg. Kijk nou, al die vieze peuken op de stoep. Bah.”

Een eindje verderop gaat een voordeur open. Maria komt naar buiten met een bezem en begint sereen het stoepje voor de kerkdeur schoon te vegen.

Advertisements

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s